Geschiedenis van het nieuwe-gTLD-programma van ICANN
Hoe de ruimte van topleveldomeinen groeide van een handvol extensies tot meer dan duizend, en wat de eerdere rondes aanvragers en merkhouders vandaag leren.
- Door
- Door Bart Lieben, Advocaat
- Gepubliceerd
Het juridisch kader
Het domeinnaamsysteem draait op een rootzone: alleen topleveldomeinen in de rootzone worden voor internetgebruikers opgelost. ICANN, een in 1998 opgerichte non-profitorganisatie, coördineert de rootzone en het beleid om er domeinen aan toe te voegen. Haar gezag is contractueel en operationeel. Het berust niet op een verdrag of wet. Het beleid ontstaat in een multistakeholderproces met registers, registrars, overheden, merkhouders, technische deskundigen en het middenveld.
De eerste extensies
De eerste generieke domeinen waren .com, .net, .org en enkele beperkte zoals .edu, .gov en .mil, samen met landcodes van twee letters. Eind jaren 1990 was .com overvol en was cybersquatting een probleem. De UDRP, aangenomen in 1999, was het eerste antwoord van ICANN en wordt beschreven in het artikel over domeinnaamgeschillen.
De rondes van 2000 en 2004
ICANN voegde in haar ronde van 2000 zeven extensies toe: .aero, .biz, .coop, .info, .museum, .name en .pro. Een ronde van gesponsorde extensies in 2004 voegde er meer toe, waaronder .asia, .cat, .jobs, .mobi, .post, .tel en .travel. Dat waren beperkte experimenten, met selectie door aanvragen te vergelijken. Ze toonden dat nieuwe extensies technisch en commercieel konden werken en zetten het debat op gang over hoe je merkhouders moest beschermen.
De ronde van 2012
De ronde van 2012 was de eerste open, systematische ronde. Aanvragen werden in 2012 aanvaard en ICANN ontving er 1.930, voor generieke woorden, geografische namen, gemeenschapsstrings en merken. De evaluatievergoeding bedroeg 185.000 USD per aanvraag. De delegaties begonnen in 2013 en hebben het aantal extensies in de rootzone ruim boven de duizend gebracht.
Bezwaren waren mogelijk op vier gronden: verwarring tussen strings, rechten, beperkt algemeen belang en gemeenschap. Betwiste strings gingen naar een contentionprocedure, die vaak eindigde in een private overeenkomst of een veiling.
Rechtenbeschermingsmechanismen
De ronde van 2012 bracht de rechtenbeschermingsmechanismen voort die merkhouders vandaag gebruiken. De Trademark Clearinghouse registreert merken zodat ze kunnen worden gebruikt in sunriseperiodes en voor merkclaimmeldingen. Het Uniform Rapid Suspension-systeem biedt een snelle remedie bij duidelijk misbruik. Met de postdelegatiegeschilprocedures kun je klagen over registryoperatoren die te kwader trouw handelen. Voor gesloten brand-TLD's waren veel van die processen niet van toepassing, omdat Specification 13 de operatoren vrijstelde.
In de praktijk
Lessen voor aanvragers
Een Belgische chemiegroep die zich voorbereidt om in 2026 aan te vragen, kijkt naar wat er in 2012 gebeurde. De voorbereiding kostte tijd, betwiste strings namen jaren in beslag en een registry beheren vroeg meer dan sommige operatoren verwachtten. Tien jaar later hebben sommige operatoren stevige toepassingen op hun brand-TLD gebouwd, terwijl anderen ze weinig gebruikten.
De groep trekt twee conclusies. Je beslissing om aan te vragen moet steunen op een gebruiksscenario dat een wissel in het management overleeft. En je planningshorizon is jaren van aanvraag tot volledig gebruik, geen maanden.
Lessen voor merkhouders die niet aanvragen
Een Nederlands modemerk ziet dat een niet-verbonden partij zijn naam in 2014 in een nieuwe extensie claimt. Het gebruikte de sunriseperiode om zijn naam te registreren waar het ertoe deed, en gebruikte later de URS tegen een lookalike. Zulke mechanismen blijven de belangrijkste bescherming voor houders als extensies opengaan. De ronde van 2026 brengt een nieuwe uitbreiding van de rootzone, en dezelfde kwesties komen terug.
Wat er in 2026 veranderde
De ronde van 2026 gebruikt een nieuwe guidebook met veel gedetailleerdere vragen, bijgewerkte regels over DNS-misbruik, gewijzigde bepalingen over geografische namen en geïnternationaliseerde domeinnamen en een aparte toets voor brand-TLD's. Voor merkhouders blijft de kernvraag dezelfde als in 2012: hoe bescherm je je rechten in een groeiend domeinnaamsysteem, en wanneer is een eigen TLD meer dan een verdedigingsmaatregel? De stand van de ronde staat in het artikel over de ICANN-ronde van 2026, en de details voor brand-TLD's in het guidebookartikel.
Veelgestelde vragen
Wie controleert de ruimte van topleveldomeinen?
ICANN coördineert ze, via de rootzone en haar overeenkomsten met registers. Overheden doen mee via een adviescomité, maar het beleidsproces van ICANN staat open voor uiteenlopende deelnemers.
Wat gebeurde er met aanvragen die niet werden gedelegeerd?
Veel werden ingetrokken, faalden bij de evaluatie, werden na bezwaar geweigerd of verloren in contention. Het aantal gedelegeerde strings ligt dus lager dan het aantal aanvragen.
Zijn alle brand-TLD's een succes geworden?
Nee. De toepassingen verschillen sterk. Sommige operatoren bouwden stevige infrastructuur op hun TLD, andere gebruikten ze weinig. Daarom bepaal je het gebruiksscenario best vóór je aanvraagt.
Gelden de regels van 2012 nog?
De structuur wel, maar de guidebook van 2026 wijzigt veel details. Bouw altijd op de huidige tekst.
Hoe dit samenhangt
De praktische gevolgen voor merkhouders komen aan bod in Nieuwe gTLD's voor merken. Twee van onze tools helpen daarbij: clearance van strings en monitoring van lookalike domeinen in de nieuwe extensies.
In het kort
- De rondes van 2000 en 2004
- De ronde van 2012 in cijfers
- Rechtenbeschermingsmechanismen die in 2012 ontstonden
- Wat er veranderde voor de ronde van 2026