{ "@context": "https://schema.org", "@type": "Article", "headline": "Merkovereenstemming: wanneer zijn twee merken te gelijkend?", "description": "Hoe beoordelen merkbureaus en rechters overeenstemming tussen merken? Een praktische uitleg van de criteria.", "image": "https://cdn.prod.website-files.com/60742f6cabb8945a71074706/640061b50bf3aaa1cd49de09_pexels-mauri%CC%81cio-mascaro-712786.jpg", "datePublished": "", "author": { "@type": "Person", "name": "Bart Lieben" }, "publisher": {"@id": "https://www.pitch.law/#organization"} }
In het merkenrecht wordt met overeenstemming bedoeld dat twee tekens in zodanige mate op elkaar gelijken dat het relevante publiek in verwarring kan worden gebracht over de herkomst van de betrokken waren of diensten. Overeenstemming is geen binaire vaststelling — zij wordt beoordeeld langs een spectrum dat loopt van identieke tekens voor identieke waren aan de ene kant tot geringe gelijkenis voor sterk verschillende waren aan de andere kant. De beoordeling is altijd contextueel: zij hangt af van het teken, de waren of diensten, en het publiek dat die waren of diensten afneemt.
Het begrip overeenstemmingsrisico is het centrale beoordelingscriterium in oppositie- en inbreukprocedures. Wanneer het relevante publiek zou kunnen denken dat waren of diensten van de ene onderneming afkomstig zijn van de andere — of van een economisch verbonden onderneming — is er verwarringgevaar. Dit omvat ook het risico van associatie: het publiek hoeft niet te denken dat de tekens identiek zijn, het volstaat dat het een verband legt dat zijn keuzebeslissing beïnvloedt.
De overeenstemmingsbeoordeling vindt plaats op drie vlakken die elk afzonderlijk en in hun onderlinge samenhang worden gewogen.
Visuele gelijkenis betreft de uiterlijke verschijning van de tekens: de lengte, de lettertypen, de aanwezigheid van grafische elementen, de algemene indruk die het teken maakt wanneer het wordt gezien. Fonetische gelijkenis betreft de klank van de tekens wanneer zij worden uitgesproken: woordmerken die identiek klinken maar anders worden geschreven zijn fonetisch overeenstemmend. Begripsmatige gelijkenis betreft de betekenis die het publiek aan de tekens toekent: een Engelstalig en een Nederlandstalig teken met dezelfde betekenis kunnen begripsmatig overeenstemmend zijn, ook als zij visueel en fonetisch sterk verschillen.
De drie dimensies worden niet rekenkundig samengeteld. Een sterke fonetische gelijkenis kan een geringe visuele gelijkenis compenseren, en omgekeerd. De uitkomst van de weging is een globale beoordeling van het overeenstemmingsrisico, waarbij de gemiddelde consument van de betrokken producten als maatstaf geldt.
Hoe sterker het onderscheidend vermogen van een ouder merk, hoe ruimer de bescherming die het geniet. Een fantasiemerk als KODAK geniet meer bescherming dan een merk dat slechts een zwakke verwijzing maakt naar de betrokken waren. Bekende merken — merken met reputatie in de zin van het merkenrecht — genieten bescherming die verder gaat dan de waren of diensten waarvoor zij zijn ingeschreven: gebruik van een overeenstemmend teken voor totaal andere producten kan inbreuk opleveren als het ongerechtvaardigd profijt trekt uit of afbreuk doet aan de bekendheid of het onderscheidend vermogen van het bekende merk.
Identiteit vereist dat de tekens zonder enig verschil aan elkaar gelijk zijn. In de praktijk beoordeelt het EUIPO identiteit strict: zelfs minimale verschillen — een toegevoegde punt, een licht gewijzigd lettertype — worden doorgaans als niet-identiek beschouwd, wat de zaak verplaatst naar de overeenstemmingsbeoordeling. Identieke tekens voor identieke waren of diensten leveren automatisch verwarringgevaar op; bij overeenstemmende tekens of soortgelijke waren moet het verwarringgevaar globaal worden beoordeeld.
Mogelijk wel. Begripsmatige overeenstemming kan een vertalingsrelatie omvatten als het relevante publiek de vertaling als equivalent van het origineel beschouwt. Of dat het geval is hangt af van de taalkennis van het gemiddelde publiek voor de betrokken waren of diensten. In de Benelux, waar een meertalig publiek de norm is, wordt begripsmatige overeenstemming op basis van vertaling regelmatig ingeroepen in oppositieprocedures.
Coëxistentie in de markt is geen juridisch relevant verweer in een merkenrechtelijke procedure, tenzij de houder van het oudere merk zijn rechten uitdrukkelijk heeft gehandhaafd of een formele coëxistentieovereenkomst is gesloten. Een merkhouder die jarenlang niets heeft ondernomen kan zijn recht om bezwaar te maken hebben verwerkt — verval door gedogen is een erkende verweer in het EU-merkenrecht voor gevallen waarin de houder gedurende vijf jaar op de hoogte was van het gebruik maar heeft nagelaten op te treden.
